Effeta! Ga open


Door lvho- Ingezonden op 07 september 2009

Homilie B23 (Mc 7,24-30) 6 september 2009 H. Familie en St.-Jozef
 
Lieve mensen,
 
Ge zoudt het evangelie van vandaag ervan kunnen verdenken gewoon wat primitieve magie te zijn: vingers in de oren, speeksel op de tong, zuchten en bezwerend uitroepen: 'Effeta!'
 
Maar precies de lijfelijkheid in het verhaal maakt duidelijk dat het gaat over een ontmoeting tussen twee levende mensen, mensen van vlees en bloed.
De ene, de gezonde, de gezondene, zegt tot de andere, de zieke, de zoekende, de hulpbehoevende die op redding wacht: ga open-Effeta!
 
Er staat dat Jezus de man terzijde nam, weg van de omstaanders. In ieder wonderverhaal van Marcus staan van die opmerkelijke, schijnbaar onbelangrijke details. Ze staan er nooit zomaar. Ze vertellen altijd iets van het lijden van déze mens en van de bijzondere wijze waarop Jezus met deze mens handelt.
Jezus neemt de man terzijde. Het is alsof hij eerst ook lijfelijk moet worden losgemaakt uit de mensenwereld, waarvoor hij zich geestelijk met zijn doofheid heeft afgesloten, omdat hij liever in de stilte woont, dan in de harde woorden wereld van de mensen. 'Hier bij mij zijt ge veilig, we hebben met niemand iets te maken, hier met z'n tweeën, samen voor Gods aangezicht.' En dan spreekt Jezus lichaamstaal. Hij stak zijn vingers in diens dove oren, vormde speeksel en raakte daarmee zijn tong aan. Het is een ritueel in stilte. Het is een intimiteit die de man goed doet. En Jezus zag ten hemel op en zuchtte. De hemel is de bron waaraan hij zich laaft, en God geve dat nu ook die man daar kracht kan vinden om zijn angst voor de mensen te laten varen. Jezus zucht. De hele schepping zucht en Jezus zucht mee. Een zucht doet u alle spanning loslaten, alle krampachtige beklemming valt weg. En dan komt er ruimte voor openheid, ontvankelijkheid, gastvrijheid en aandacht voor mekaar. Uw hart wordt groter. Uw hart gaat open. Wijd open. Effeta.
 
Dit Effeta is de meest gebalde samenvatting van Jezus' bood-schap; een perfect resumé van zijn persoon, zijn leven en zijn zending. De mens vrij maken, openen voor de wereld en mekaar. En dat met zijn stem: de stem die liefdevolle warmte, kracht en autoriteit moet uitgestraald hebben, de stem die stommen kon doen spreken, doven doen horen, kreupelen doen lopen... De stem die elke mens roept, ook degene die zich opgesloten heeft in zichzelf. De stem die als een vuist op de deur van uw hart klopt: Effeta! Ga open! Het is het antwoord op de klacht van wie de moed verloren had en die geen toekomst meer verwachtte; het startsein voor een nieuw begin.
 
Jezus' kerk heeft dit evangelie blijkbaar goed begrepen. In elke doopviering wordt hetzelfde verhaal als het ware heropgevoerd. Morgen/straks zal ik dat oude, krachtige woord "Effeta" uitspreken tegen een mens die aan het begin van een nieuw leven voor de Heer wordt gebracht. Voor die mens, voor dat kind, bidden wij dan dat de Heer hem aanraakt, hem de handen oplegt en tot hem zegt: Effeta!
Ook hier gaat het om een ontmoeting tussen twee levende mensen. De ene, de zoekende, vraagt aan de andere, de gezondene: Heer, geef dat ik horen kan, geef dat ik luisteren kan, opdat ik dan ook spreken kan en verkondigen dat Gij alles wel hebt gedaan.
Waarom wordt dit verhaal als een ritueel telkens opnieuw verteld bij een doop? Niet vanwege de anekdote, niet als een sensationeel nieuwsbericht over een eenmalig mirakelfeit, maar als een steeds herhalend en vernieuwend heilsgebeuren, helemaal actueel, hier en nu, helemaal op ons betrokken. Als een tussenkomst van God, van ergens voorbij tijd en ruimte, als een stem die ons roept om het licht te volgen, als een sleutel die alle deuren opent: Effeta! ga open.
 
Zijn wij mensen dan doofstom? Wij horen en wij spreken toch? Maar Jezus zegt dan ook niet tot de man: 'Ik wil dat ge hoort voortaan, ik wil dat ge spreken kunt van nu af aan.' Jezus zegt: 'Effeta! ga open.' Open je horende oren en leer luisteren. Open je pratende mond en leer troosten en verkondigen.
Want gepraat wordt er genoeg - met de mond - maar het hart spreekt zo weinig. Lawaai is er genoeg - voor het oor - maar het hart wordt er doof van. Als gedoopten is over ons dit woord uitgesproken, en sindsdien leven wij in en door de Jezus. Maak dit woord dan waar, goede mensen, vandaag en elke dag opnieuw. Open u voor mekaars pijn en nood, open u voor mekaars vreugde.
En zouden wij ons bidden niet beter als volgt formuleren? Heer, maak mij eerst evangelisch doofstom, opdat ik daarna in de goede richting, op de juiste plaats openga. Leer mij luisteren met mijn hart. Leer mij spreken met mijn hart.
 
Luc Van Hoof



Gebruikerslogin